Ellen Hartman, manager van de OCLC Leaders Council, sluit haar blogreeks over mondiale leiderschapsgesprekken in de bibliotheekwereld af. In het eerste deel stond ze stil bij de bijzondere waarde van zulke gesprekken en de praktische uitdagingen die daarmee samengaan. Het tweede bericht zette op een rij welke inzet wereldwijde gesprekken vragen, en wat het extra vraagt om er zinvolle resultaten uit te halen.
Tijdens de vorige bijeenkomst van de OCLC Leaders Council werd iets bevestigd wat ik al langer zie in gesprekken: internationale samenwerking is de afgelopen jaren een stuk ingewikkelder geworden. Ooit voelde ze als een vanzelfsprekend uitvloeisel van gedeelde professionele waarden. Nu verloopt het vaak trager, is het meer aan beperkingen gebonden en vergt het meer inspanning om in stand te houden. Wat vroeger gewoon gebeurde, vraagt nu om uitleg, onderbouwing en bewuste keuzes.
Dat ligt niet aan een gebrek aan betrokkenheid. De bijeenkomst van de Leaders Council liet juist zien hoe sterk bibliotheekleiders de behoefte voelen om ideeën en ervaringen te delen en waar mogelijk samen op te trekken. Wat veranderd is, zijn de omstandigheden waaronder die samenwerking plaatsvindt. En dat onderscheid is belangrijk: het bepaalt hoe we de spanningen die zijn ontstaan duiden, en wat eraan gedaan kan worden.
De wil is er, maar de omstandigheden zijn veranderd
Wie deelneemt aan internationale gesprekken zoals die van de Leaders Council, ziet hoeveel passie er nog steeds leeft voor samenwerking. Ook de leiders die met nieuwe beperkingen te maken hebben, willen die samenwerking zo goed mogelijk voortzetten. Ze voelen een echte verbondenheid met collega's die nog niet dezelfde druk ervaren, en willen hen laten begrijpen wat er voor hen verandert en waarom dat ook voor anderen gevolgen heeft.
De zorg die onder deze gesprekken ligt, is heel concreet. Als de leiders die onder druk staan de rest niet mee kunnen krijgen, en de bredere gemeenschap niet kunnen laten begrijpen wat er speelt en waarom, dan dreigt internationale samenwerking langzaam af te brokkelen. En daar verzetten de aanwezige bibliotheekleiders zich nadrukkelijk tegen.
Daarom is de verschuiving van vanzelfsprekende naar bewuste samenwerking zo belangrijk. Jarenlang was internationale samenwerking gestoeld op impliciete aannames. Gedeelde infrastructuur, gemeenschappelijke standaarden en wederzijds vertrouwen maakten dat samenwerken als vanzelfsprekend voelde. De voornaamste uitdaging was dan ook doorgaans een kwestie van afstemming over de juiste tools, niet van de vraag óf samenwerken eigenlijk wel de juiste keuze was. Dat is nu anders: samenwerking is niet langer iets wat vanzelf gaat, maar iets wat je actief moet initiëren en levend houden.
Voor meer over bibliotheeksamenwerking als bewuste, strategische keuze, zie het rapport van OCLC Research over dit onderwerp.
Efficiëntie alleen is niet meer genoeg
De afgelopen twee decennia was efficiëntie dé vanzelfsprekende rechtvaardiging voor gedeelde infrastructuur en internationale samenwerking. De redenering was simpel: door samen te werken vermijd je dubbel werk, vergroot je je bereik en lever je meer waarde dan welke instelling ook alleen zou kunnen.
Die redenering is niet verdwenen, maar moet nu worden afgewogen tegen andere belangen: lokale en regionale regelgeving, de eigen prioriteiten en het beleid van instellingen. Wat wereldwijd efficiënt is, is in veel contexten niet langer automatisch de beste keuze.
Leiders moeten internationale samenwerking steeds vaker verantwoorden op een manier die aansluit bij hun eigen organisatie en politieke context. Beslissingen over infrastructuur die vroeger vooral op technische gronden werden genomen, houden nu rekening met veel meer factoren. Waar data wordt opgeslagen of hoe een gedeelde dienst wordt beheerd, is geen puur operationele kwestie meer. Het is een vraag over verantwoording, organisatiewaarden en soms ook politieke keuzes.
Datasoevereiniteit en uiteenlopende behoeften
Naast deze verschuiving in besluitvorming speelt datasoevereiniteit een steeds grotere rol. Dit was dan ook een onderwerp dat tijdens de Leaders Council-bijeenkomst volop aandacht kreeg. Verwachtingen over de locatie van data, privacy en controle daarover lopen sterk uiteen per regio. Verschillende delen van de wereld kijken vanuit hun eigen juridische tradities, politieke context en publieke zorgen naar verantwoord databeheer. Al die perspectieven zijn verankerd in wet- en regelgeving, nationaal beleid en richtlijnen waar bibliotheken aan gebonden zijn, maar waarop ze zelden invloed hebben.
Eén internationaal model is daardoor nauwelijks nog haalbaar. Bovendien hebben regio's heel verschillende ervaringen met dit soort vraagstukken. Voor sommige is datasoevereiniteit een nieuw en groeiend vraagstuk. Voor andere bepalen lokale kaders al lang wat internationale samenwerking in de praktijk kan betekenen. Duidelijk is wel dat datasoevereiniteit prominenter en urgenter is geworden in gesprekken over gedeelde infrastructuur.
Wat een gesprek wel, maar infrastructuur niet kan
Voor een Europese bibliotheek kan digitale soevereiniteit een urgent vraagstuk zijn dat vraagt om een heroverweging van langlopende samenwerkingsverbanden. Voor bibliotheken elders in de wereld kan hetzelfde thema nog abstract aanvoelen en weinig praktische impact hebben. Dat leidt tot frustratie: waarom komen samenwerkingsvormen die bibliotheken al tientallen jaren ten goede komen nu ineens ter discussie te staan?
Gewoon samen aan tafel zitten, zoals tijdens internationale gesprekken als die van de Leaders Council, helpt om echt te begrijpen welke nieuwe beperkingen er zijn en hoe die voor verschillende bibliotheken anders uitpakken. Dat is voor iedereen waardevol. Het schept ruimte om te kijken naar wat nog mogelijk is in plaats van wat niet meer kan. De gesprekken bouwen voort op de kernwaarden en doelen van samenwerking, en op de vraag hoe die overeind kunnen blijven, ook als daar andere aanpakken voor nodig zijn.
Concreet helpen dit soort internationale gesprekken op drie manieren:
- Vroeg signaleren wat eraan komt. Leiders die al met nieuwe beperkingen te maken hebben, kunnen hun collega's helpen begrijpen wat er op hen afkomt en waarom. Wie die druk nog niet direct voelt, krijgt zo de kans zich voor te bereiden.
- Begrijpen wat er speelt en hoe het bibliotheeklandschap verandert. Wat drijft deze veranderingen? Hoe zien ze er per regio en type instelling anders uit? En wat betekenen ze voor de toekomst van gedeelde infrastructuur en samenwerking? Dat gedeelde begrip ontstaat door je steeds opnieuw te verdiepen in elkaars context en beperkingen.
- Samen zoeken naar wat nog mogelijk is. De leiders die al in de nieuwe realiteit opereren, beschrijven niet alleen een probleem, maar werken actief samen aan de vraag hoe zinvolle samenwerking er in de praktijk uit kan zien. Dat maakt duidelijk waar samenwerking nog steeds haalbaar is, en soms zelfs de beste keuze.
Bij de bijeenkomsten van de OCLC Leaders Council staan deze uitgangspunten centraal, met als bredere doel concrete kansen voor samenwerking te laten ontstaan.
Conclusie
Wat uit deze gesprekken geleidelijk duidelijk wordt, is dat verschillende regio's en instellingen op hun eigen manier omgaan met vertrouwen, databeheer en verantwoording, elk vanuit hun eigen werkelijkheid, in plaats van toe te werken naar één gedeelde aanpak. Dat is geen mislukking van internationale samenwerking, maar internationale samenwerking die zich aanpast aan een complexere wereld.
De uitdaging is om met die diversiteit te leven zonder te versnipperen. Het gaat erom een aanpak te vinden waarmee bibliotheken verbonden blijven zonder op identieke wijze te hoeven werken. Dat vraagt om begrip voor elkaars beperkingen, en om de bereidheid steeds opnieuw te kijken naar wat nog mogelijk is, in plaats van stil te staan bij wat niet meer kan.
Internationale samenwerking heeft haar waarde niet verloren. Maar het is in veel gevallen niet langer de automatische keuze die geen uitleg behoeft, of waarbij een voor iedereen aanvaardbaar model zonder moeite gevonden wordt. Kleinschalige maar gestructureerde internationale ontmoetingen, zoals die van de Leaders Council, kunnen helpen deze nieuwe realiteit het hoofd te bieden: door een gedeeld begrip te ontwikkelen van nieuwe beperkingen, en door samen te zoeken naar wegen om verder te gaan.
Dit is het derde en laatste deel in een driedelige reeks over internationale leiderschapsbetrokkenheid in de bibliotheekwereld. Vind alle delen terug.
Hanging Together: de OCLC Research blog
Wil je op de hoogte blijven van wat er speelt bij bibliotheken, archieven en musea? Kijk op de OCLC Research blog, Hanging Together.